Loading
Loading
Literaire begrippen zijn het gereedschap waarmee je je drie Engelstalige werken niet alleen navertelt, maar echt analyseert en bespreekt. Let op: literatuur is bij Engels een onderdeel van het schoolexamen, niet van het centraal examen — je leest drie Engelse werken en bespreekt die mondeling of schriftelijk, en juist daarvoor gebruik je deze begrippen. Dit onderwerp behandelt de verhaalelementen ‘plot’, ‘setting’, ‘character’ en ‘narrator’, de begrippen ‘theme’, ‘motif’ en ‘symbol’, de belangrijkste ‘literary devices’ (stijlfiguren en beeldspraak) en de vormbegrippen van poëzie en drama.
4Onderdelenca. 32min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Voor het schoolexamen moet je de literaire begrippen kennen en in een Engelse tekst kunnen herkennen: de verhaalelementen, ‘theme’/‘motif’/‘symbol’, de belangrijkste ‘literary devices’ en de vormbegrippen van poëzie en drama.
verhoogd niveau
Wie de begrippen echt beheerst, past ze toe in een volledige analyse: je leest een Engels werk, interpreteert het en onderbouwt je interpretatie met verteltechniek, stijl en vorm — handig voor het mondeling schoolexamen en voor een vervolgstudie waarin je veel Engelse literatuur leest.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Vier verhaalelementen
Lees dit fragment: ‘I didn’t dare open the letter. My hands were shaking, and I had no idea what my brother was thinking as he watched me from the doorway.’ Welk ‘point of view’ heeft dit fragment, en waaraan zie je dat?
Let eerst op de voornaamwoorden. Het fragment staat in de ik-vorm (‘I didn’t dare’, ‘My hands’). Dat wijst meteen op een ‘first-person narrator’: de verteller is zelf een personage en vertelt in de eerste persoon. Dit sluit een ‘third-person’ perspectief, dat in de hij/zij-vorm staat, uit.
Ga na hoeveel de verteller weet. We lezen alleen de gevoelens van deze ik (‘I had no idea’), en juist over wat de broer denkt komt de verteller níéts te weten (‘no idea what my brother was thinking’). Een alwetende (‘omniscient’) verteller zou die gedachten wél kennen.
Een verteller die zelf personage is, in de ik-vorm vertelt en alleen zijn eigen binnenwereld kent, is per definitie een ‘first-person narrator’. De beperkte, betrokken blik is geen toeval maar het kenmerk van dit perspectief.
Verbind het perspectief aan de werking: doordat we opgesloten zitten in het hoofd van de ik, delen we zijn onzekerheid en spanning rechtstreeks, wat het fragment intens en persoonlijk maakt.
Resultaat: Het fragment heeft een ‘first-person point of view’: de verteller is zelf een personage, vertelt in de ik-vorm (‘I didn’t dare …’) en kent alleen zijn eigen gedachten — over wat zijn broer denkt, weet hij niets. Daardoor beleeft de lezer de spanning van binnenuit mee, wat het fragment een persoonlijke, betrokken toon geeft.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies een Engels werk dat je gelezen hebt. Beschrijf de ‘plot’ in de vier fasen (exposition, rising action, climax, resolution), benoem de ‘setting’ (tijd én plaats) en haar functie, typeer de ‘protagonist’ als ‘round’ of ‘flat’, en bepaal het ‘point of view’ (first-person, third-person omniscient of third-person limited). Onderbouw elke keuze met een voorbeeld of citaat uit het werk.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Engels (HAVO) (CvTE / Examenblad)
In een kort Engels verhaal draagt de hoofdpersoon door het hele verhaal heen een oud, kapot horloge dat van haar overleden vader was; klokken en tijd komen telkens terug, en aan het slot beseft ze dat ze niet eeuwig kan blijven rouwen. Benoem hier een ‘symbol’, een ‘motif’ en het ‘theme’.
Het kapotte horloge van de vader is een voorwerp dat duidelijk méér betekent dan zichzelf: het staat voor de stilgezette tijd en het vastgehouden verdriet van de hoofdpersoon. Eén concreet ding dat naar iets abstracts verwijst, is een ‘symbol’.
Klokken en tijd ‘komen telkens terug’ door het hele verhaal. Een element dat zich zo herhaalt en daardoor nadruk krijgt, is een ‘motif’ — hier het ‘motif’ van tijd.
Het inzicht aan het slot — dat je niet eeuwig in de rouw kunt blijven stilstaan — is geen concreet beeld maar een algemene gedachte over het leven. In een volzin: ‘grief must eventually give way to living again.’ Dat is het ‘theme’.
Het symbool (het horloge) en het motief (tijd) zijn het zichtbare bewijs; het thema is de conclusie die je eruit trekt. Zo redeneer je van het concrete naar het abstracte.
Resultaat: Het kapotte horloge is een ‘symbol’ voor de stilgezette tijd en het verdriet van de hoofdpersoon; klokken en tijd vormen een ‘motif’ doordat ze het hele verhaal terugkeren; en het ‘theme’ is de abstracte boodschap die daaruit spreekt, bijvoorbeeld ‘grief must eventually give way to living again’. Symbool en motief zijn het bewijs, het thema de interpretatie.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies een Engels werk dat je gelezen hebt. Formuleer het ‘theme’ in één volledige Engelse zin en geef aan wat het ‘subject’ is, zodat het verschil duidelijk wordt. Wijs daarna één ‘symbol’ aan en leg uit waar het voor staat, en één ‘motif’ dat door het werk heen terugkeert, en beschrijf wat die herhaling benadrukt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Engels (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Stijlfiguren en beeldspraak
Lees deze zin: ‘The hungry sea swallowed the shore, and the waves were as tall as towers.’ Wijs twee ‘literary devices’ aan en leg het effect van elk uit.
‘The hungry sea swallowed the shore’ geeft de zee menselijke of dierlijke trekken: honger hebben en opslokken. Iets niet-menselijks (de zee) dat menselijk of dierlijk handelt, is ‘personification’.
Door de zee ‘hungry’ te maken en te laten ‘swallow’, wordt ze dreigend en levend; de lezer voelt het gevaar alsof de zee bewust aanvalt. Dat is veel sterker dan de mededeling dat het hoog water was.
‘As tall as towers’ vergelijkt de golven met torens, en wel mét het verbindingswoord ‘as’. Een vergelijking met ‘as’ of ‘like’ is een ‘simile’ — geen ‘metaphor’, juist omdat het verbindingswoord er staat.
De vergelijking met torens maakt de hoogte van de golven aanschouwelijk: de lezer ziet meteen hoe enorm en bedreigend ze zijn, concreter dan het woord ‘high’ ooit zou kunnen.
Resultaat: De zin bevat twee ‘literary devices’. Ten eerste ‘personification’: ‘the hungry sea swallowed the shore’ geeft de zee menselijke trekken, waardoor ze dreigend en levend wordt. Ten tweede een ‘simile’: ‘as tall as towers’ vergelijkt de golven mét ‘as’ met torens en maakt hun hoogte aanschouwelijk. Het verbindingswoord ‘as’ maakt het een ‘simile’ en geen ‘metaphor’. Beide middelen maken de beschrijving krachtiger en zintuiglijker dan een neutrale mededeling.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Lees een kort Engels gedicht of een sfeervolle alinea uit een verhaal. Wijs ten minste drie ‘literary devices’ aan (bijvoorbeeld een ‘metaphor’, een ‘personification’ en een ‘hyperbole’) en benoem elk met de juiste Engelse term. Leg per middel in één zin uit welk effect het heeft. Maak van één vergelijking met ‘as’/‘like’ duidelijk waarom het een ‘simile’ is en geen ‘metaphor’.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Engels (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Lees deze twee versregels: ‘The silver moon climbs slowly up the night, / and shadows soften, sigh, and slip from sight.’ Welke twee vormmiddelen herken je, en wat is het effect?
De laatste woorden van de twee regels zijn ‘night’ en ‘sight’, die op elkaar rijmen. Klankovereenkomst aan het einde van versregels is ‘end rhyme’; twee op elkaar rijmende regels vormen samen een ‘couplet’, een ‘rhyme scheme’ van het type ‘aa’.
Het rijm bindt de twee regels hoorbaar aan elkaar en geeft het fragment een rustige, afgeronde klank die past bij het kalme avondbeeld. Vorm en stemming versterken elkaar.
In ‘shadows soften, sigh, and slip from sight’ begint bijna elk woord met dezelfde ‘s’-klank. Die herhaling van de beginmedeklinker is ‘alliteration’.
De zachte, sissende ‘s’-klanken laten de regel fluisteren en vertragen; je hóórt de stilte van de avond bijna. Bovendien geven ‘shadows’ die ‘sigh’ het beeld iets levends — een vleugje ‘personification’. Zo draagt de klank de sfeer.
Resultaat: De twee regels tonen twee vormmiddelen. Ten eerste ‘end rhyme’: ‘night’ en ‘sight’ rijmen en vormen samen een ‘couplet’ (rijmschema ‘aa’), wat het fragment een rustige, afgeronde klank geeft. Ten tweede ‘alliteration’: de herhaalde ‘s’ in ‘shadows soften, sigh, and slip from sight’ laat de regel zacht fluisteren en vertraagt het tempo, passend bij de kalme avond. De vorm — rijm en klank — versterkt zo de rustige stemming van het beeld.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies een Engels gedicht en een Engels toneelfragment dat je gelezen hebt. Beschrijf bij het gedicht het ‘rhyme scheme’ (abab, aabb of abba), het ‘metre’ of ‘rhythm’, de indeling in ‘stanzas’ en één voorbeeld van sterke ‘imagery’. Beschrijf bij het toneelfragment hoe het in ‘acts’ en ‘scenes’ is verdeeld, wijs een ‘stage direction’ aan en, als die er is, een ‘soliloquy’. Leg bij allebei in één zin uit hoe de vorm de inhoud versterkt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Engels (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad