Loading
Loading
Domein A begint met verkennen: je onderzoekt welke kunst en cultuur je al kent, wat je mooi of lelijk vindt en waar die voorkeuren vandaan komen. Je leert dat ‚kunst’ en ‚cultuur’ ruime, veelbesproken begrippen zijn en dat smaak persoonlijk én cultureel bepaald is. Dit hele domein hoort bij het handelingsdeel; er is geen centraal examen.
3Onderdelenca. 15min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 2
basisniveau
CKV is voor alle HAVO-profielen (NT, NG, EM, CM) een verplicht gemeenschappelijk vak; de verkenning in domein A is voor iedereen gelijk.
verhoogd niveau
Wie kunstvakken (kunst algemeen, tekenen, muziek) of maatschappijvakken volgt, kan de verkenning verrijken met vakbegrippen, maar dat is verdieping, geen extra eindexameneis.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Functies van kunst
Twee betekenissen van cultuur
Neem de Sint-Janskathedraal in ’s-Hertogenbosch. Laat zien dat dit gebouw zowel onder het brede als onder het smalle cultuurbegrip valt, en benoem twee functies van kunst die het vervult.
De kathedraal is onderdeel van een manier van leven: ze getuigt van het katholieke geloof, de middeleeuwse samenleving en de gewoonten (missen, processies) van een hele gemeenschap. In die zin is ze cultuur als ‚levenswijze’.
Tegelijk is het een kunstwerk in de smalle betekenis: gotische architectuur met bewust vormgegeven ruimte, licht, beeldhouwwerk en glas-in-lood. Als bouwkunst hoort ze bij ‚de kunsten’.
De kathedraal richt zich op geloof en gedenken: ze is gebouwd om God te eren en overledenen te herdenken. Dat is haar oorspronkelijke, toegepaste functie.
Voor de bezoeker van nu vervult ze vooral een esthetische functie: de ruimte, de hoogte en het licht roepen bewondering en ontzag op, los van het geloof.
Resultaat: Hetzelfde gebouw is cultuur in beide betekenissen: als levenswijze (breed) én als kunstwerk (smal). Het vervult minstens twee functies — een religieus/herdenkende en een esthetische — die naast elkaar bestaan. Zo laat één voorbeeld zien dat ‚kunst’ en ‚cultuur’ gelaagde begrippen zijn.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies twee heel verschillende voorbeelden uit je eigen leven — bijvoorbeeld een klassiek schilderij dat je op school zag en een nummer, game of film die je zelf koos. Leg voor beide uit welke opvatting van kunst (nabootsing, expressie of institutioneel) en welke functie (esthetisch, kritisch, herdenkend, toegepast, amusement) er het beste bij past, en beargumenteer of jij ze allebei ‚kunst’ zou noemen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma CKV havo/vwo — domein A (verkennen) (CvTE / Examenblad)
Bronnen van je culturele smaak
Beschrijf hoe één jeugdervaring een blijvende culturele voorkeur kan verklaren, en benoem welke invloedsbron eraan ten grondslag ligt.
Stel: als kind ging je elke zomer met je opa naar de plaatselijke harmonie die op het dorpsplein speelde. Je zat vooraan, hoorde de trompetten en zag de dirigent.
Hier werken twee bronnen samen: het gezin/de familie (opa) en de woonplek (het dorp met een harmonie). Samen zorgden ze voor een herhaalde, positieve blootstelling aan live blaasmuziek.
Daaruit is een voorkeur ontstaan voor akoestische, live gespeelde muziek en misschien een lichte weerstand tegen puur elektronische muziek. Die voorkeur voelt ‚vanzelfsprekend’, maar is dus aangeleerd.
Door dit te doorzien besef je dat je smaak gevormd is en niet aangeboren. Dat maakt je nieuwsgieriger: misschien wil je je juist verbreden naar muziek die ver van die jeugdervaring afstaat.
Resultaat: Eén concrete jeugdervaring (harmonie met opa), gedragen door twee invloedsbronnen (familie en woonplek), verklaart een blijvende voorkeur (live akoestische muziek). Deze keten — ervaring → bron → voorkeur → reflectie — is precies wat een goede culturele biografie zichtbaar maakt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Maak een tijdlijn van vijf culturele ‚eerste keren’ of kantelpunten uit je leven (bijvoorbeeld het eerste concert, de eerste keer een museum, een boek of film die je raakte). Beschrijf bij elk moment kort wat er gebeurde, welke invloedsbron erbij hoorde (gezin, school, vrienden, media) en welke voorkeur eruit is voortgekomen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma CKV havo/vwo — domein A (verkennen, culturele biografie) (CvTE / Examenblad)
Criteria voor een waardeoordeel
Iemand zegt over een abstract schilderij van Piet Mondriaan (alleen rechte lijnen en primaire kleurvlakken): ‚Dit is lelijk, dat kan mijn broertje ook.’ Zet dit smaakoordeel om in een onderbouwd waardeoordeel.
‚Lelijk’ en ‚dat kan mijn broertje ook’ zijn een smaakoordeel plus een impliciet criterium: de spreker hecht aan zichtbaar vakmanschap en herkenbaarheid.
Voor abstracte kunst is puur handvaardig vakmanschap niet het belangrijkste criterium. Zinvoller zijn oorspronkelijkheid (was dit nieuw?) en samenhang (vormt het een doordacht geheel?).
Oorspronkelijkheid: Mondriaan reduceerde de werkelijkheid radicaal tot lijn, vlak en primaire kleur — in zijn tijd ongehoord vernieuwend. Samenhang: de verhoudingen zijn nauwkeurig uitgebalanceerd; verschuif één lijn en het evenwicht is weg.
‚Ik vind het misschien niet mooi (smaak), maar het is wél goede kunst (waarde): het is baanbrekend van idee en zeer samenhangend van compositie. Dat mijn broertje het na kan maken, klopt technisch, maar hij had het niet als eerste bedácht.’
Resultaat: Het onderbouwde oordeel scheidt smaak (mag je niet mooi vinden) van waarde (het is oorspronkelijk en samenhangend). Door de juiste criteria bij het soort werk te kiezen — hier idee en compositie in plaats van handvaardigheid — verandert een reflex in een verdedigbaar standpunt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies een kunstwerk of cultuuruiting dat je op het eerste gezicht niet mooi vindt. Geef eerst je smaakoordeel (‚ik vind het niet mooi omdat…’) en formuleer daarna een zo eerlijk mogelijk waardeoordeel met minstens twee criteria (bijvoorbeeld vakmanschap en zeggingskracht). Leg uit welke opvatting over kunst je oordeel stuurt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma CKV havo/vwo — domein A (opvattingen en oordelen) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad